Het ontwerpproces van een nieuwe auto neemt meestal een paar maanden tot een half jaar in beslag. Daarna staat de definitieve vorm zo goed als vast. Een grote uitzondering vormde het VBG project. Die letters staan voor Véhicules Bas de Gamme, voertuigen voor de basis van het programma.
Tekst: Tony Vos
Foto: Michel Myrteza praat nog steeds vol enthousiasme over zijn ontwerpen die binnen het VBG project werden gemaakt.
Het VBG project werd opgestart in 1973 en liep tot maar liefst 1986, zo’n dertien jaar lang. Tal van ontwerpers bij Renault hebben hieraan gewerkt. Het programma werd niet alleen opgetuigd om de Renault 4 en 6 op te volgen, maar moest ook ervaringen opleveren met gebruik van nieuwe kunststoffen. Het programma kwam in 1975 pas goed op gang. Toen verscheen onder meer een interieurconcept van een auto met een lengte van zo’n 3,40 meter. Een hoge functionaliteit was een belangrijk eis die aan de ontwerpers werd gesteld. Plaats voor ouders met twee kinderen, een reiswieg of vier volwassenen. Voor het eerst werden in dit concept twee verschuifbare zitplaatsen achterin toegepast.
De eerste 1:1 maquette stond op 29 juli 1975 voor presentatie gereed. De modellen waren getekend door Robert Opron en Gaston Juchet. Opron koos voor achterste zijruiten die smal waren, maar behoorlijk laag in de flanken werden doorgetrokken. Het voorstel van Juchet beschikte over bijzondere schuifdeuren en een assymetrische achterdeur vergelijkbaar aan een bestelwagen.
Een jaar later, we hebben het dan over 1976, trad de toen 20-jarige Michel Myrteza toe tot het ontwerpteam van Renault en mocht meteen aan de slag bij het VBG project. We spreken hem tijdens Rétromobile en hij blijkt een enorme hoeveelheid schetsen uit die tijd bij zich te hebben. Hij praat er met groot enthousiasme over alsof hij ze gisteren allemaal heeft gemaakt.
“In mijn begintijd werd gewerkt aan een auto die de opvolger zou moeten worden van de Renault 4. Ik heb drie voorstellen in die periode gedaan die zeer uiteenlopend waren: een vijfdeurs, ruimtewagen en een driedeurs coupé, een beetje zoals een Peugeot 104 Z.”
Ook komt tijdens zijn verhaal een 6-wielige pick-up voorbij met een glazen opbouw die verwijderd kon worden. Hij wijst maar al te graag op de overeenkomsten in zijn ontwerpen met de uiteindelijke Renault Twingo en de tweede generatie Fiat Panda. Michel noemt ook afmetingen, zoals niet langer dan 3,70 meter en niet hoger dan maximaal 1,40 meter.
Hij laat een voor een de tekeningen op tafel voorbij komen. “Kijk deze blauwe vijfdeurs die ik in 1977 tekende lijkt al heel sterk op de Citroën AX. En zie, bij dit model opent de gehele voorkant als motorkap, of hier, een achterklep waaraan de lichtunits vast zitten. Of deze met een soft nose zoals bij een Citroën GS.”
Michel legt uit dat vooral de functionaliteit van de auto’s die binnen het VBG project tot stand kwamen van groot belang was.
Maar het is niet alleen dit project waar Michel aan heeft gewerkt. Hij bleef tot 1984 werkzaam bij de ontwerpafdeling. Op tafel komen een tekening van de Renault 9 Furia coupé die hij in november 1981 tekende. Een variatie op dit thema is een Renault 9 met een grote, bolle achterruit à la Fuego. Overigens ook al een knipoog naar de Renault 11. Of een variatie daarop in het geel met de daklijn van een Lancia Gamma coupé, een auto zonder ruitomlijsting op de portieren, getekend in december 1982.
En welke ontwerper bij Renault wil niet werken aan een Alpine. Michel heeft tekeningen van een A310 opvolger, onder meer met klaplampen, de motor centraal geplaatst of als een break de chasse. In zijn nadagen bij Renault was Michel Myrteza nog betrokken bij het ontwerpstadium van de Renault 25 en 19, maar daarvoor ook de 9, 11 en Supervijf.
Zijn er uit het langlopende project VBG geen productiemodellen voortgekomen? Renault nam het zeer serieus want er zijn gaandeweg ook externe ontwerpers bij betrokken geweest, zoals Gandini en ex-Renault Robert Broyer. In 1986 werd het project voor goed stil gelegd door de kersverse president directeur George Besse, die de opdracht had gekregen om Renault weer winst te laten maken. Het laatste VBG project X-45 zou te weinig bijdragen aan een radicale ommekeer van het merk. Het project W-60 was een 3,40 meter lange mini ruimtewagen met een breedte van 1,60 en hoogte van 1,36 meter. Juist, een auto die op wat details na al bijna volledig de Twingo was. De ontwerper was Jean-Pierre Ploué. Het model verdween naar de achtergrond, maar als in 1988 Patrick le Quément als nieuwe designchef bij Renault aantreedt, wordt de W-60 van stal gehaald en gaat het project als X-06 de verdere ontwikkeling in om in oktober 1992 als de Renault Twingo gelanceerd te worden op de Parijse autosalon.
Foto: Het rijdende prototype werd door de Franse pers op spionfoto's aangekondigd als de Renault 2.
Het VBG-project mag dan wel geen productiemodel hebben voortgebracht, vanwege het vergaande belang van de vernieuwing van het programma van de R4 en R5 zijn er wel de nodige maquettes en 1:1 prototypes gebouwd. Er was zelfs eind september 1976 een presentatie van bijna tien verschillende prototypes op de testbaan van Lardy. Het wordt dan al snel duidelijk dat er jaren wordt gewerkt aan een bepaalde ontwerprichting. Een vrij hoekige auto met een immense stootrand rondom die precies de hoogte aanhoudt van de bumpers. Daar zitten op zich ook wel wat elementen van de Supervijf in, maar het model was toch duidelijk bedoeld om iets lager in de markt te zetten.
Foto: De auto met de ronde ruit in de voorportieren is het tweede voorstel van Robert Opron en is 'pivotante' genaamd. Deze ronde ruit in twee delen opent niet in het portier, maar het ene deel schuift over het andere.
Wat bleef was een optimaal gebruik van de binnenruimte, ongeacht het carrosserieontwerp. De eventuele productiemodellen die uit het VBG-project voort zouden komen, moesten veel ruimte bieden aan mensen en alle spullen die ze graag wilden vervoeren. ‹›
Foto: Een inzending van Italiaan Gandini.
Foto: De laatste telg uit het VBG-programma, die later werd uitgewerkt tot de Renault Twingo.