Dat mensen bij het zien van deze Eagle Medallion even met de ogen moeten knipperen, dat is niet vreemd. Want we zien toch duidelijk de bekende vormen van de Renault 21. Daar zit een interessant verhaal achter.
Foto: Ten opzichte van de Europese Renault 21 is de Medallion direct herkenbaar aan de grote bumpers, brede achterlichten en een antenne op het rechter voorspatbord. De lichtmetalen wielen waren standaard op de meer luxueuze LX-versie.
Het Noord-Amerikaanse avontuur van Renault hield lang stand, meer dan tachtig jaar om precies te zijn. Aan het begin van de vorige eeuw betrok de nog jonge Franse firma een showroom met kantoorruimte aan de prestigieuze Fifth Avenue in New York. Het was juist in die tijd dat Renault het best verkopende importmerk in de Amerikaans miljoenenstad was vanwege de taxi’s (type AG) die er op vele straathoeken te vinden waren.
Veel van de na-oorlogse modellen werden in de Verenigde Staten en ook Canada verkocht: de 4CV, Dauphine, Caravelle, R8 en R10, de 16, 12, 15/17 en later de Renault 5 (omgedoopt tot LeCar), 18i, Fuego en de Alliance (R9) en Encore (R11). Om het leveringsprogramma met de laatste twee naar boven toe uit te breiden lanceerde Renault in nauwe samenwerking met American Motors Corporation (AMC) in de winter van 1986/87 aan de lokale pers de Medallion. Een aan de Amerikaanse eisen en smaak aangepaste versie van de Renault 21. De officiële verkoopstart vond op 1 maart 1987 plaats en toen sprak men al over het 1988 modeljaar.
Foto: Omdat het hier een Eagle Medallion betreft, ontbreekt het Renault-logo op het stuur.
Pikant detail is dat slechts 8 dagen na de lancering bij de dealers bekend werd gemaakt dat Chrysler alle activiteiten van Renault in Noord-Amerika zou overnemen. Inclusief de nieuwe Medallion, het merk Jeep en een splinternieuwe fabriek in het Canadese Bramalea waar de productie van de nog te lanceren Premier langzaam van start ging.
De Amerikaanse versie van de Renault 21 werd overigens niet in Amerika gebouwd. De carrosserieën van de sedan en station wagon (5 of 7 zitplaatsen) kwamen in Vilvoorde tot stand inclusief alle verstevigingen die nodig waren om aan de strenge veiligheidseisen te kunnen voldoen. Voor de eindassemblage werden de koetswerken vervolgens overgebracht naar Maubeuge (MCA).
De Medallion verscheen in het Amerikaanse 'standard compact segment' met concurrenten als de Dodge Aries, Plymouth Reliant en de iets hoger gepositioneerde Buick Somerset en sportieve Pontiac Grand AM. Populaire Japanse tegenstrevers waren de Toyota Camry, Mazda 626, Honda Accord en Nissan Stanza. In de persmap van destijds omschrijft Renault de doelgroep als 35 tot 49 jaar oud, middeninkomen, veelal getrouwd en goed opgeleid.
Direct na het bekendmaken van de overnameplannen door Chrysler werden er altijd nog 17.075 exemplaren van de Renault Medallion verkocht. Daarna werd het model voorzien van de nieuwe merknaam Eagle. Daarvan werden er nog eens 21.493 stuks aan de man en vrouw gebracht. Nog geen veertien procent vond zijn weg naar Canada. De laatste 332 stuks werden in 1990 aan Amerikaanse klanten afgeleverd.
Tijdens Losange Passion International maakten we kennis met Gaétan Forest met zijn Eagle Medallion. Die is volgens het typeplaatje in de opening van de bestuurdersdeur in juli 1988 geproduceerd, maar pas in januari 1989 in Canada op kenteken gezet.
Gaétan: “Toch heeft mijn rode exemplaar van de DL basisversie een voornamelijk Europese historie. De eerste eigenaar was namelijk een in Canada woonachtige Portugees die de auto meenam naar zijn thuisland toen hij daar in 1997 naar terug verhuisde. Als groot liefhebber van de Renault 21 kwam ik de Medallion in de zomer van 2023 op Facebook tegen. Na slechts een maand werd deze al weer door de tweede eigenaar van de hand gedaan.”
Maar hoe koop je op zo’n afstand een auto. “Ik heb contact gezocht met de oud-voorzitter van de Renault Alliance Club die al weer jaren in Portugal woont. Hij is de auto ter plekke gaan bekijken. Via een videoverbinding heeft hij de Eagle tot in de kleinste details aan mij laten zien. Daardoor raakte ik overtuigd. Drieduizend kilometer en 16 uur enkele reis verder kon ik in augustus vorig jaar mijn nieuwe aanwinst op de trailer zetten.”
Gaétan was blij met het feit dat hij een exemplaar in Europa vond. “Zelfs in Amerika en Canada zijn er nog maar weinig goede exemplaren over. Bovendien komen er nogal wat kosten voor transport en import bij en die zijn niet van toepassing op een auto die al in Europa gekentekend is.”
Foto's: Onder de motorkap huist een katalysatorversie van de vertrouwde 2,2 liter viercilinder. Een sticker getuigt van de Franse herkomst.
Natuurlijk bekeek Gaétan direct bij terugkomst de auto tot in de kleinste details. De DL-versie staat standaard op stalen wielen met wieldoppen zonder logo (21 GTS), die hij niet echt mooi vond. Daarom zocht hij naar de lichtmetalen wielen die werden geleverd onder de luxueuze LX-uitvoering. Wielen die in Europa al dan niet optioneel geleverd werden op de Renault 19 en in Argentinië op de Fuego GTA. Verder was de rode lak behoorlijk dof geworden, immers het pigment rood in autolakken is gevoelig voor zonlicht. Omdat de lak grotendeels origineel was, zocht Gaétan naar een oplossing om deze te behouden. Door een gespecialiseerde firma liet hij de krasjes eruit polijsten en kreeg de lak een keramische behandeling met een verbluffend resultaat.
Intussen heeft Gaétan zich volledig in de Medallion verdiept, kent alle afwijkende details als zijn broekzak en weet ook de verschillen tussen de DL en LX zo op te lepelen. “Mijn auto heeft op de automaat na geen opties. Wel heb ik de originele autoradio uit een LX erin zitten die ik van een vriend kreeg. De luidsprekers in de vier portieren zijn van het Amerikaanse merk Jensen, net zoals bij de grotere Premier. Elektrische ramen, airconditioning en centrale vergrendeling ontbreken. Een EGR-klep, lambdasonde en een katalysator zitten er vanwege de Amerikaanse normen wel in.”
Foto rechts: Het productieplaatje in de opening van de bestuurdersdeur laat geen enkele twijfel over de Franse afkomst bestaan.
Een blik in het interieur leert dat de achterbankrugleuning niet neerklapbaar is, de achterkanten van de stoelen en de zijkanten van het meubilair met kunstleer zijn bekleed en dat er achterin geen neerklapbare middenarmsteun aanwezig is. Allemaal zaken die de LX wel heeft. Ook handgrepen voor de passagiers moet de DL ontberen.
Het dashboard is in grote lijnen gelijk aan de Europese versie. Omdat het een Canadese variant is worden kilometers in grote cijfers en mijlen in het klein weergegeven. Dat is bij een Amerikaanse versie precies andersom. Na het starten brandt er links op het dashboard een controlelampje indien de gordel wordt vergeten.
Aan de buitenkant stapelen de verschillen met de 21 zich verder op. Direct zichtbaar zijn de grotere bumpers, de schuiner geplaatste koplampen en de richtingaanwijzers in de voorbumper. De koplampen hebben plastic lenzen ook weer in verband met de veiligheidseisen. Waar de DL een vaste radio-antenne heeft op het rechter voorspatbord, beschikt de LX over een elektrische versie. Het derde remlicht werd speciaal voor Amerika en Canada toegevoegd.
Foto: Een trotse Gaétan Forest met zijn Eagle Medallion.
Foto's Specifiek Amerikaans zijn de Jensen luidsprekers in de portieren (onder) en het controlelampje voor niet gedragen gordels.
Gaétan: “Bijzonder is dat het achteraanzicht van de DL en LX verschillend is. Bij de eerste is de omlijsting van de nummerplaat aan de bovenkant wit en bij de luxueuze versie rood. Ook weet ik dat de ruitenwisserarmen, van plastic in Europa, bij de Medallion van metaal zijn gemaakt. In Amerika waren ze niet overtuigd van de plastic kwaliteit.”
Het Renault-gehalte is overduidelijk. Zo staat op het brede rempedaal een Renault-logo en siert een sticker met de tekst ‘Fabriqué en France, Renault, Made in France’ de motorruimte. Aan de buitenkant ontbreekt echter elke Renault-vermelding. Op het kofferdeksel staat links alleen Imported for Eagle . Daar moest Noord-Amerika het mee doen.
Dan tot slot nog de motor. Daarin kreeg de koper van een Medallion geen keuze. In alle gevallen werd de bekende 2,2 liter viercilinder toegepast, gekoppeld aan een handgeschakelde vijfbak of een drietraps automaat. Bij lancering van de Medallion bestond er in Europa nog geen Renault 21 met de 2,2 liter motor. Die werd pas wat later gelanceerd ook met katalysator in de GTX en TXE.
Hoe dan ook heeft Gaétan als groot Renault 21 liefhebber met deze Canadese Medallion zijn slag geslagen.
En détail...
Eagle Medallion DL (FF45B)
Motor:
Type J7R, 4 cilinder, benzine, 8 kleppen, Bendix multipoint injectie, boring x slag 88 x 89 mm, cilinderinhoud 2.165 cm3. Vermogen 104 (DIN) pk bij 5.000 tr/min, koppel 168 Nm (DIN) bij 2.500 tr/min, compressieverhouding 9,2:1. Elektrisch systeem 12 Volt.
Versnellingsbak:
Type MJ3. Automaat met drie versnellingen vooruit en 1 achteruit, overbrengingsverhoudingen: 1e - 2,50, 2e - 1,52, 3e - 1,00, achteruit - 2,00, eindoverbrenging - 3,57.
Wielophanging:
Onafhankelijke McPherson voorwielophanging met schroefveren, hydraulische schokdempers en stabilisatorstang (25,4 mm). Achter onafhankelijk multi-link. Stuurbekrachtiging.
Remmen/wielen/banden:
Geventileerde schijven voor (265 mm), trommels achter (228 mm). Banden 185/65 R 14.
Prestaties:
Topsnelheid 185 km/h, acceleratie 0-100 in 11,5 seconden.
Afmetingen/gewichten:
Lengte 4,653 meter, breedte 1,714 meter, hoogte 1,415 meter, wielbasis 2,598 meter. Spoorbreedte voor 1,460 meter, achter 1,405 meter, bodemvrijheid 0,120 meter (belast). Draaicirkel 10,55 meter (tussen trottoirs). Bagagevolume 430 liter. Gewicht: 1.202 kg. Tankinhoud 66 liter.