Actief zijn in de Formule 1 betekent voor een autofabrikant het overdragen van de opgedane ervaringen in deze tak van autosport op productiemodellen voor gebruik op de weg. In het midden van het eerste decennium van deze eeuw resulteerde dat in de Mégane R.S. R25 en R26, genoemd naar de overeenkomstige Formule 1 bolides van de corresponderende jaren.
Foto's: Het gemakkelijkst is de Renault Mégane RS F1 Team R26 te herkennen aan de finishvlaggen die in stickervorm op allerhande plaatsen op de carrosserie zijn aangebracht.
Supersnelle sportvarianten van huis-tuin-en-keuken modellen, daar is Renault zeer sterk in. Denk aan de 8 Gordini, 5 Alpine en Clio Williams. Auto’s die al bij leven en welzijn een iconische status bereiken. Midden jaren zeventig lanceert Renault zich in het Formule 1-avontuur, maar legt niet direct een verbinding naar productiemodellen. Die link wordt pas veel later gelegd. Ondermeer begin 2006 als een speciale editie wordt uitgebracht van de Mégane Renault Sport, de Formule 1 Team R25. R25 is de naam die ook hangt aan de Formule 1-auto van het Renault F1 Team van het dan zojuist afgesloten seizoen. De opvolger, de R26, krijgt nog geen jaar later een vertaling naar het Mégane-aanbod. Dat levert geheel synchroon de Mégane Renault Sport R26 op, of om helemaal volledig te zijn de Renault Mégane Renault Sport 230 F1 Team R26. De eerste auto wordt eind december 2006 geproduceerd, de laatste verlaat Dieppe half mei 2009. De ingrediënten blijven vergelijkbaar aan de R25. Heel veel wijkt deze édition limitée ook niet van de standaardversie af, maar het zijn juist de kleine verschillen die het moeten doen. Het aangepaste remsysteem, de goed aansluitende Recaro-kuipen en andere lichtmetalen wielen zijn direct overgenomen van de R25. Maar de R26 weet de liefhebber extra te kietelen vanwege het standaard limited slip differentieel. Dat geeft de Mégane onder circuitomstandigheden duidelijk een streepje voor.
Foto: Het onderstel is onvergeeflijk stug en het interieur wordt aangevuld met heuse Recaro sportkuipen.
Maar de auto schotelt de liefhebber nog meer lekkers voor. In tegenstelling tot de R25 en de Trophy-versie ligt het vermogen nu op 230 pk. Dat is maar 5 pk meer dan de standaardversie, maar alle beetjes helpen. Ook het koppel neemt met 10 Nm toe tot 310 Nm bij een gelijkblijvend toerental. Renault zet alles op alles bij dit model om de sportieve mogelijkheden optimaal te kunnen benutten. Zo blijkt het onderstel stugger van afstemming dan een standaard Mégane R.S. De aanwezigheid van het Cup Chassis is direct bij wegrijden al te merken. Op oneffenheden geeft de auto grote blijk van circuitwaardigheid, maar wie er de wekelijkse boodschappen mee doet, zal het als veel te stug ervaren. Waar in het verleden nog wel eens commentaar werd geleverd op de wat vage besturing van de Mégane II heeft de R26 daar helemaal geen last van. Bij het betere bochtenwerk blijkt de bekrachtigde installatie een stuk directer. Overigens wordt de stuurbekrachtiging bij de facelift van de gehele Mégane II-reeks al aangepast. De reactiestangen met een toegenomen diameter doen ook een duit in het zakje, waardoor het concept van de auto merkbaar is geoptimaliseerd. Het voordeel van de standaard gemonteerde Recaro-stoelen in leer met stof is dat bestuurder en voorpassagier eenmaal in de gordels keurig op hun plaats blijven. De schouders worden vanwege de brede en hoog doorgetrokken rugleuning perfect ondersteund. De hoofdsteunen vormen een vast onderdeel van de rugleuning. Bovendien zijn de stoelen voorbereid op gebruik van vijfpuntsgordels. Het enige wat ontbreekt is iemand met een startvlag om het spektakel te laten losbarsten.
Foto: De 2 liter 16V turbomotor levert precies 5 pk meer dan standaard.
De buitenkant van de R26 kan duidelijk worden herkend aan de uitgebreide reeks stickers. Direct in het oog springt de vertaling van de start- en finishvlag op de voorbumper waarin de naam Renault F1 Team is opgenomen. Rond de richtingaanwijzers op de voorspatborden wordt dit thema verder doorgezet. Daar staat ook Renault F1 Team te lezen, terwijl een kleine weergave van de startvlag in het verlengde op de voordeuren is geplakt. Verder gaat het dak getooid met een aantal grijze vlakken volgens hetzelfde thema. Tot slot springt ook de bijpassende versiering op de achterbumper in het oog. Dit zit alleen aan de linker zijde. De vermelding van de Formule 1-overwinning valt te lezen op zwarte, ronde stickers in het uiterste puntje van de achterste zijruiten. Die vermeldt in een lauwerenkrans de tekst 'Manufacturers Formula One World Champions Renault 2006'. Daarnaast heeft deze Mégane R26 alle uiterlijke kenmerken van de normale Mégane R.S. Denk daarbij aan de twee in het midden geplaatste uitlaatpijpen, de Renault Sport vermelding achterop en de dikkere bumpers. Achter de 12-spaaks lichtmetalen wielen uitgevoerd in donkergrijs gaan felrode remklauwen schuil, uiteraard van dé specialist op dit vlak: Brembo. De zoveelste blijk voor de omgeving dat met deze auto serieus rekening gehouden moet worden. Verder voert Renault de spiegelkappen en de portiergrepen contrasterend in grijs uit.
De 2 liter turbomotor klinkt met iets meer vermogen en koppel onveranderd indrukwekkend. De auto geeft bij lagere toerentallen een donkere brom, terwijl bij het toenemen van snelheid en omwentelingen het geluid evolueert naar hogere sferen. De souplesse van de geblazen motor is uitnodigend en dat kan tijdens ritten op de normale weg de bestuurder duur komen te staan. Om maximaal van de kracht van de Mégane F1 Team R26 te kunnen genieten, zal af en toe toch even een circuit moeten worden opgezocht.
Wie nu warm loopt voor deze auto, die zal de tijd moeten nemen om een goed exemplaar te vinden. De oplage is redelijk beperkt en afgeragde auto’s zijn niet verstandig om te kopen.
De meest optimale R26 is de R26R, de ‘Radicale’ die van nog iets recenter datum is. Een auto waarbij Renault getracht heeft het gewicht verder terug te dringen door een deel van het interieur te laten vervallen en bijvoorbeeld deels kunststof ruiten toe te passen. Het scheelt zomaar 123 kg en dat is veel. De oplage van deze in 2009 aangeboden versie is met 450 stuks nog veel kleiner. De meeste auto’s bevinden zich al bij liefhebbers en verzamelaars die hun trotse bezit niet gemakkelijk meer weg zullen doen.