Wederopbouw

Het is 1945 en een groot deel van Europa bestaat uit smeulende puinhopen. De wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog gaat langzaam, maar is broodnodig. Stukje bij beetje hervat ook Renault haar productie, gebruikmakend van wat er na de bombardementen in Billancourt nog is overgebleven. En dat betekent in eerste instantie hervatten van de fabricage van de vrachtwagens die tijdens de bezetting vooral voor het Duitse leger zijn gemaakt, de AHN en AHS.

Foto: Prototype Renault AHS uit 1939.

Afbeelding: Renault AHR met gasgenerator.

Half jaren dertig ontstaat bij Renault de moderne vrachtwagen, niet langer meer met een torpedo-front, maar met een (semi)frontstuurcabine. Na de eerste exemplaren met een uitermate hoekige cabine, voert Renault dit ontwerp in meer gestroomlijnde vorm verder door op de zwaardere modellen zoals bij de AFK, AGL en AGR. In feite is de cabine over de motorkap naar voren geschoven.

Afbeelding: Renault AHN met gasgenerator en huif.

Het motorblok ligt nu in de cabine. Hét doorslaggevende voordeel is de grotere laadlengte bij gelijkblijvende chassisafmetingen. Het is natuurlijk logisch dat Renault dit principe doortrekt naar de lichtere bedrijfswagens en omdat de ontwikkeling zich niet volledig door de oorlog laat stilleggen, verschijnt in 1941 een compleet nieuwe reeks met laadvermogens van 2 tot 5 ton. De ontwikkeling van deze serie is in 1939 al in volle gang. Een prototype toont de oorspronkelijke cabine met een volledig vlak front. De lichtste variant is de AHS die 2 ton mag laden.

Moteur 85

Daarboven staat de AHN goed voor 3,5 ton en de zwaarste is de 5 tons AHR. De hele serie bedient zich van de bekende ‘85’ motoren met een boring van 85 mm, waarbij de AHS is uitgerust met de viercilinder krachtbron uit de Renault Vivaquatre met een cilinderinhoud van 2.383 cc. Deze levert een vermogen van 50 CV bij 2.800 tr/min en daarmee haalt de AHS een snelheid van 64 km/h. De AHN en AHR zijn voorzien van de zescilinder uit de Viva Grand Sport met een cilinderinhoud van 4.086 cc en een vermogen van 75 CV eveneens bij 2.800 tr/min. De AHN haalt maximaal 73 km/h, uiteraard sterk afhankelijk van de belading. Vanwege de algehele brandstofschaarste tijdens alle productiejaren van deze serie, wordt een groot deel voorzien van een gasgenerator om te kunnen rijden op houtskool. Deze installatie zorgt voor een flinke terugval in vermogen. Bij de 6 cilinder blijft namelijk nog maar 52 CV over.

Gasgenerator

De versie met gasgenerator heeft een brandstoftank van 10 liter en kan daarnaast 75 kg aan houtskool meenemen. Bij een verbruik van 45 kg per 100 km heeft de AHN een actieradius van slechts 150 km. De versie op benzine heeft rechts tegen de chassisbalk een tank met 100 liter inhoud. Bij een brandstofverbruik van 30 liter per 100 km, ligt de actieradius hier op het dubbele, zo’n 300 km. De benzinevariant van de AHN is 300 kg lichter in gewicht en heeft een 6 volt 120 Ah installatie, terwijl de versie met gasgenerator op 12 volt werkt (150 Ah).

Foto: Renault AHN in militaire uitrusting (1942).

Wederopbouw
Hier komt een introtekst

Grotere wielbasis

Vergelijkbare cijfers zien we bij de AHR die als belangrijkste verschil een grotere wielbasis heeft (4,44 meter in plaats van 3,73 meter bij de AHN). De benzineversie haalt hier een topsnelheid van 60 km/h, waarvan bij de gasgenerator nog maar 42 km/h overblijft. De gasgenerator is direct achter de cabine geplaatst, waardoor de opbouwmogelijkheden van het chassis worden beperkt. De installatie heeft 76 cm aan voertuiglengte nodig, waardoor er nog 3,58 meter aan opbouwruimte overblijft, tegen 4,30 meter bij de versie op benzine (4,30 tegen 5,00 meter bij de AHR).

De AHS is de lichtste uit de familie die met een wielbasis van 3,12 meter en een totale lengte inclusief opbouw van 5,31 meter aanzienlijk compacter is. Bovendien is de AHS met 2,02 meter 31 cm smaller dan zijn 6 cilinder broers. De 4 cilinder verbruikt 20 liter per 100 km en dat levert met een brandstoftank van 87 liter een actieradius op van 435 km. De elektrische installatie werkt op 6 volt (90 Ah). Opmerkelijk is het opgegeven olieverbruik van 0,7 tot 1 liter per 100 km!

Flauwe knik

Achter staat de hele serie op dubbellucht met dezelfde bandenmaat als op de vooras wordt gebruikt: 6,50 x 20 bij de AHS, 210 x 20 bij de AHN en 230 x 20 bij de AHR. De cabine straalt een enorme eenvoud uit. De plaatwerkdelen zijn volledig vlak en in het midden van het front loopt een flauwe knik. De grille bestaat uit simpele horizontale spijlen en de kleine, ronde koplampen zijn in eerste instantie min of meer geïntegreerd en worden later op steuntjes net naast de grille gemonteerd. Van een bumper is helemaal geen sprake. De voorruit bestaat uit vier delen en is gemaakt van veiligheidsglas. Zowel chauffeur als passagier kunnen het bovendeel van de ruit open zetten. Er zijn ook exemplaren gemaakt waarbij de ruit aan de rechter zijde uit één geheel bestaat.

Foto: Het eerste prototype op basis van de AHN van een 3,5 ton vrachtwagen met verlaagd chassis.  Hieronder: Het tweede prototype met een cabine in de stijl van de 208 E1. Het project wordt afgeblazen.

De portieren scharnieren aan de voorkant en zijn voorzien van draairuiten.
John Doe

Foto: Renault AHS met gasgenerator.

Grotere wielbasis
Hier komt een introtekst

Eenvoudige cabine

De portieren geven toegang tot een uiterst eenvoudige cabine. Dat is overigens in deze jaren niet ongebruikelijk. Waar grotere personenauto’s al van de nodige luxe worden voorzien, is het voor de vrachtwagenchauffeur afzien.

Foto: Een Renault AHN die in 1946 werd geproduceerd voor export naar Argentinië.\


Bovenop de stuurkolom zit het instrumentarium bestaande uit de bekende, achthoekige snelheidsmeter met de diverse bedieningsknoppen er omheen. De twee stoelen staan op een enkelvoudige kolom en hebben een vaste positie. De cabinevloer loopt ter hoogte van de voeten schuin omhoog. De portieren scharnieren aan de voorkant en zijn voorzien van draairuiten. De opstaptrede bevindt zich achter de deuren. De cabine is volledig uit metaal gelast, er is dus geen hout meer toegepast. De wielen zijn van het gegoten type, zowel voor als achter. De bladveren liggen voor en achter in de lengterichting en zijn berekend op een forse belading. Renault voorziet de hele serie van hydraulische remmen die wordt gecombineerd met de mechanische rembekrachtiging die Renault al enkele jaren eerder lanceerde. De handrem werkt op de achterwielen. Omdat de versnellingsbak achter de positie van de bestuurder ligt, steekt de versnellingspook schuin naar voren de cabine in. En plaatsing die tot en met de Estafette blijft gehandhaafd. De AHS, AHN en AHR hebben stuk voor stuk een vierversnellingsbak.

Bescheiden productie

Vroeg in 1941 worden de eerste exemplaren van de AHN uitgeleverd. Na de zomer gevolgd door de AHR en AHS. Louis Renault blijft geloof houden in de particuliere en zakelijk markt getuige de folderteksten die deze nieuwe serie van lichte vrachtwagens aanprijzen. Maar de realiteit is anders. Het gros van de overigens bescheiden productie gaat naar het Duitse leger, zodat de Renaults hun diensten bewijzen in vrijwel heel Europa. Het overgrote deel is hierbij voorzien van een gasgenerator. De exacte productieaantallen zijn niet bekend, omdat tijdens de verschillende bombardementen ook archieven verloren zijn gegaan. Er zijn bronnen die spreken van zo’n 4.000 exemplaren van de AHN en 2.000 van de AHR die tussen 1941 en 1944 voor het Duitse leger werden geproduceerd. In totaal zou Renault tijdens de bezetting zo’n 28.000 trucks ook van diverse vooroorlogse types hebben gemaakt. Luchtfoto’s gemaakt door de Royal Airforce na de bombardementen in 1943 laten grote rijen van de AH-reeks zien op het zwaar gehavende fabrieksterrein.

Foto: een compacte personenbus op basis van de Renault AHS.


Na de bevrijding

Na de bevrijding wordt de productie van alleen de AHS (met verlaagd chassis) en AHN weer hervat, maar die is van korte duur. Diverse exemplaren worden geëxporteerd om de voor Frankrijk zo belangrijk deviezen binnen te krijgen. Nog even ziet het ernaar uit dat er op basis van de AHN wordt voortgeborduurd. Renault krijgt direct na de oorlog via de overheid (plan Pons) opgelegd om een 3,5 tons vrachtwagen te ontwikkelen. Het eerste prototype van april 1946 is niet anders dan de bestaande AHN met een verlaagd chassis, waardoor de laadbak lager kan worden geplaatst. Twee maanden later wordt de tweede uitvoering gebouwd met een kortere wielbasis en een nieuwe cabine meer in de stijl van de grotere 208 E1 (7 ton). Het gaat hier om een echte frontstuurcabine, terwijl de oorspronkelijke AHN-cabine als semi-frontstuur moet worden beschouwd. Het plan Pons evolueert met de tijd en de behoefte van de markt en daarom krijgt het project geen vervolg. De 2 tons Renault evolueert naar een laadvermogen van 2,5 ton (de latere Galion), terwijl de 7 tons R4080, die voortkomt uit de 208 E1 en de vooroorlogse AGK, ook in een lichtere variant met 5 ton laadvermogen verschijnt, waarmee Renault aan een brede vraag uit de markt kan voldoen.

En détail...

Renault AHN


Motor:
Type 839, benzine, 6 cilinder, boring x slag 85 x 120 mm, cilinderinhoud 4.080 cc, vermogen 75 pk bij 2.800 tr/min, vloeistofgekoeld, oliebad luchtfilter, automatische carburateur met constant niveau.
Versnellingsbak:
Vier versnellingen vooruit en één achteruit. Enkelvoudige droge plaatkoppeling. Snelheden: 1e - 12 km/h, 2e - 24,5 km/h, 3e - 39 km/h, 4e - 70 km/h.
Remmen:
Mechanisch met voet bediend op alle vier de wielen. Bekrachtigd. Handrem op de achterwielen. Trommelremmen rondom. Bladveren in de lengterichting.
Afmetingen:
Lengte 6,450 meter, wielbasis 3,730 meter, breedte 2,065 meter, hoogte (met huifopbouw) 2,720 meter, spoorbreedte voor 1,717 meter, achter 1,610 meter, laadlengte (met gasgenerator) 3,580 meter, hoogte laadvloer 1,190 meter. Brandstoftank 100 liter. Gewicht 3.300 kg, laadvermogen 3.500 kg. Banden 210x 20. Draaicirkel 14,80 meter.
Topsnelheid 73 km/h (benzine) 58 km/h (gasgenerator), brandstofverbruik 30 liter/100 km.

Afbeelding: Renault AHN met open laadbak.

Eenvoudige cabine
Hier komt een introtekst

Renault AHN, AHS, AHR

In vrijheid verwekt, in gevangenschap geboren