Tekst André de Vos Beeld Marijn van der Waa
Het Nederlandse belastingsysteem kraakt in zijn voegen. De in 2001 ingevoerde ‘boxen’ bieden ondernemers en vermogenden de ruimte om zo met hun geld te schuiven dat ze naar verhouding minder belasting betalen dan een gewone werknemer.
Hoewel veel mensen de jaarlijkse belastingaangifte een nachtmerrie vinden, is het voor de werknemer of gepensioneerde vrij eenvoudig. Salarissen en (pensioen)uitkeringen worden belast in box 1. Dat kan met alle toeslagen, heffingen en aftrekposten nog best ingewikkeld worden, maar het blijft redelijk overzichtelijk en is best eerlijk: hoe meer je verdient, hoe hoger de belasting.
Voor een belastingadviseur is er aan box 1 weinig eer te behalen. Spannender, en winstgevender, wordt het in box 2 en 3, die zelfs de bijnaam ‘pretbox’ kregen.
Box 2 is voor aandeelhouders van bedrijven. Dat zijn bijvoorbeeld directeur-eigenaren van bv’s, zoals veel middenstanders, maar ook mensen die minimaal 5 procent bezitten van een soms heel groot bedrijf. In deze box doen minder dan een half miljoen mensen aangifte. Het principe is dat als een aandeelhouder winst uit een onderneming haalt, daar belasting over moet worden betaald.
In box 3 zit het vermogen. Voor de meeste mensen is dat alleen spaargeld, maar ook aandelen, een tweede huis en andere vormen van bezit zitten in deze box. Veel mensen hebben wel iets van spaargeld of aandelen, maar betalen er geen belasting over omdat ze onder de vrijstellingsgrens blijven. Die is dit jaar 57.000 euro per persoon. Pas daarboven ga je belasting betalen in deze box.
Opmerkelijk genoeg zit het belangrijkste vermogen van veel mensen, de eigen woning, in box 1, doorgaans als aftrekpost, vanwege de hypotheek.
Box 3 is een verhaal apart. Het lastige is dat veel winst op vermogen niet elk jaar wordt uitgekeerd. Door waardestijgingen van aandelen en huizen groeit iemands vermogen, en soms heel hard, maar het is ‘papieren’ winst, die zich moeilijk laat belasten. Want zolang het tweede huis of de aandelen niet worden verkocht, wordt die winst niet verzilverd. Dat is dus anders dan spaarrente, huuropbrengst of dividend op aandelen, die jaarlijks worden uitgekeerd.
Om het vermogen toch te kunnen belasten, hanteert de Belastingdienst een fictief rendement. Dat was lang 4 procent: elke 1.000 euro zou dan 40 euro opleveren en die werd vervolgens met ongeveer 30 procent belast. Veel lager dus dan de belasting op arbeid. Inmiddels is dat fictieve rendement geen 4 procent meer, maar een ingewikkelde rekensom gebaseerd op de samenstelling van iemands vermogen.
Wie weinig verdient op zijn vermogen – dus alle spaarders de afgelopen jaren – betaalde te veel belasting. Wie mooie rendementen met beleggingen boekt, betaalt juist weer te weinig. Deze manier van belasting heffen is door de rechter afgekeurd en inmiddels wordt gewerkt aan een systeem dat eerlijk is, uitvoerbaar en ook wettelijk toegestaan.
Al bij de invoering van het systeem in 2001 gingen er stemmen op dat de boxen niet eerlijk zijn. Waarom zat bijvoorbeeld het eigen huis in box 1, terwijl het bezit is, en geen inkomen?
23 jaar later kraakt het systeem in zijn voegen. Er zijn zoveel aanpassingen in de belastingwetgeving geweest dat de logische samenhang is verdwenen en er steeds meer gaten in het systeem vallen. De automatisering van de Belastingdienst kan het niet meer aan.
Wie de gaten in de wetgeving kent, kan daar aardig geld mee verdienen. Het is buitengewoon lucratief om geld van de ene naar de andere box te schuiven, het zogenaamde ‘boxhoppen’. In de ene box geldt een lager belastingtarief dan in de andere. In de ene box is een waardestijging of spaargeld belast, in de andere juist weer niet.
Zo kunnen eigenaren van een bv hun inkomen in box 1 kunstmatig laag houden en vervolgens het geld laten uitkeren via box 2, waar ze minder belasting betalen. Of ze kunnen sparen in box 2 en zo de hogere belasting in box 3 ontlopen.
Box 3 was de afgelopen jaren juist weer populair bij huisjesmelkers: vastgoedondernemers voor wie
het meestal goedkoper was om hun huizenbezit als persoonlijk vermogen in box 3 te stoppen.
Boxhoppen is best ingewikkeld en levert de gewone werknemer of gepensioneerde weinig op. Vooral belastingadviseurs zijn handig in boxhoppen. En die werken vooral voor ondernemers en zeer vermogenden. Die betalen daardoor verhoudingsgewijs veel minder belasting over hun inkomen dan werknemers. De gebruikte constructies zijn wettelijk meestal gewoon toegestaan, maar eerlijk zijn ze zelden. Het principe van ons belastingstelsel: de sterkste schouders dragen de hoogste lasten, wordt ermee onderuitgehaald.
Ambtenaren en economen schrijven al meer dan tien jaar dikke rapporten over hoe het stelsel kan worden vernieuwd. Met weinig resultaat. Lekken in het boxensysteem worden gerepareerd met noodmaatregelen die weer tot nieuw geschuif leiden. De belasting op inkomen uit arbeid stijgt, die op inkomen uit kapitaal daalt.
Dus als je straks weer zucht en steunt bij je aangifte, dan is dat volkomen terecht. Niet omdat jouw aangifte zo ingewikkeld is, maar omdat je zeer waarschijnlijk niet kunt meedoen aan het grote boxhopspel, maar er wel aan meebetaalt.