Tekst Frank Smit Illustratie Rhonald Blommestijn Beeld Martin de Bouter, Beeldredaktie Arno Massee / Gerlinde Schrijver
Eerder stoppen met werken, daar dromen we allemaal wel eens van. Maar voor miljoenen mensen met een zwaar beroep is het vervroegde pensioen niet alleen een droom, maar bittere noodzaak.
Het lijf of de geest is op. Doorwerken tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd (67 jaar en 3 maanden) is amper mogelijk. Wie tot dan door moet zal met een gesloopt lichaam van de oude dag moeten genieten. Draai je wisselende of nachtdiensten? Dan heb je zelfs een kortere levensverwachting.
‘We horen van veel mensen dat ze geen energie meer hebben om door te gaan’, zegt FNV’s pensioenbestuurder Piet Rietman. ‘Medewerkers in de bouw met versleten knieën of schouders. Mensen in de zorg, bij de ANWB of als beveiliger die jarenlang nachtdiensten hebben gedraaid. Of politieagenten en werknemers bij psychiatrische instellingen die elke dag heftige dingen meemaken. Er zijn een hoop redenen waarom niet iedereen het volhoudt tot z’n pensioen.’
Voor die mensen kwam een kleine oplossing in het pensioenakkoord van 2019: wie zwaar werk heeft kan maximaal 3 jaar eerder met pensioen. Deze regeling noemen we de RVU (Regeling voor Vervroegde Uittreding). De werkgever legt een basisbedrag in, de werknemer vult dat bedrag aan en hup, pensioneren maar.
Toch maakt maar een derde van de werknemers gebruik van deze regeling. Voor veel mensen blijkt het basisbedrag (1200 euro netto, gelijk aan een AOW-uitkering) niet genoeg om rond te komen. Met alleen je vaste lasten zit je al gauw aan dat bedrag. Geld om van te leven blijft er nauwelijks over. Heb je meer geld nodig, dan moet je dat uit eigen zak bijleggen. Voor veel mensen is dat geen optie. Zij hebben de financiële middelen niet.
Piet Rietman
‘Het moet niet zo zijn dat je alleen gebruik kunt maken van de regeling als je genoeg spaargeld hebt, je partner doorwerkt of je je huis verkoopt’, zegt Piet. ‘Mensen moeten geen pleisters plakken en gekke trucs uithalen om iets eerder met pensioen te kunnen gaan.’
Daarom maakt de FNV zich sterk voor een hoger basisbedrag. De vakbond wil ook af van het tijdelijke aspect van de regeling. De huidige RVU loopt namelijk tot 1 januari 2026. Piet: ‘We weten dat er ook in 2030, 2040 en waarschijnlijk nog wel later zwaar werk zal zijn. Je hebt dus ook dan een zwaarwerkregeling nodig. Daarom willen wij een permanente regeling.’
Voor de nieuwe RVU moest er een akkoord komen met de werkgevers. De overheid heeft namelijk aangegeven begin 2024 een beslissing te willen nemen over de RVU. De onwil van de werkgevers zorgde er echter voor dat de onderhandelingen zijn geklapt. Volgens de werkgevers hoeft onder andere het RVU-bedrag niet omhoog en zijn verpleegkundige, schoonmaker en brandweerkracht geen zware beroepen. Het uitsluiten van beroepen is voor de FNV onbespreekbaar.
Nu de werkgevers hun hand hebben overspeeld moet de overheid beslissen of er een RVU komt. ‘Maar we willen wel voorkomen dat de overheid zelf een regeling bedenkt en bepaalt wat zwaar werk is. Zij moet er alleen voor zorgen dat de fiscale vrijstelling er is om de RVU mogelijk te maken. Werknemers weten zelf het beste wat zwaar werk is en wat niet’, zegt Piet daarover. ‘Het moet dus ook hun keuze zijn of zo’n regeling er komt of dat ze bijvoorbeeld kiezen voor wat meer loonsverhoging. Daarom voeren we nu actie in Den Haag.’
Als er geen nieuwe RVU komt zullen nu en in de toekomst miljoenen mensen strompelend de pensioenfinish halen. Dat mogen we niet laten gebeuren. Daarom komen we in actie. Bij het ter perse gaan van dit nummer zijn die acties nog in voorbereiding. Kijk daarom voor meer informatie over de acties op www.fnv.nl/zwaarwerk.
‘Ik hoop op m’n 63e gebruik te kunnen maken van de RVU. Dan heb ik als dakdekker 45 jaar in weer en wind op het dak gestaan. Er zijn de laatste jaren wel wat hulpmiddelen gekomen, maar het blijft zwaar werk. Er is geen robot die een rol dakbedekking of een 50x50 tegel neerlegt.’
‘Ik denk niet dat ik het volhoud tot m’n 67e. Tegen die tijd valt heel mijn lichaam uit elkaar. Ik voel de slijtage nu al. M’n polsen, rug, nek en knieën. Dus werken tot m’n 67e gaat ‘m niet worden. Dan zit ik de laatste jaren meer in de ziektewet dan ik aan het werk ben.’
‘Als ik met pensioen ga heb ik m’n hele leven gewerkt en betaald. Dan wil ik toch wel minstens 6 of 7 jaar van dat pensioen kunnen genieten. Maar als je lichamelijk helemaal op bent, dan kun je niet eens met je kleinkinderen naar de dierentuin of achter een bal aan rennen. Dus ja, die RVU is gewoon nodig.’
‘Wij doen kwaliteitscontroles op de onderdelen. Dat gebeurt in ploegendiensten. Die wisselende diensten vragen ondertussen wel hun tol. Ik ben nu 56. Hoe ouder je wordt, hoe lastiger het is om te schakelen. Als ik nu een vroege dienst heb en om 6 uur begin, ben ik ’s avonds tijdens het achtuurjournaal al op.’
‘Daarom wil ik graag over een paar jaar gebruik maken van de RVU, mits de financiën het toelaten. Daar maak ik me nu wel zorgen om. 1200 euro die je met die regeling in de maand krijgt, dat is niet veel. Dan zit je 3 jaar thuis voor je uit te staren, omdat je niets kan ...’
‘Ik ben bang dat veel mensen in de lagere loonschalen wel gebruik van de regeling zouden willen maken, maar het niet kúnnen omdat ze het financieel niet rondkrijgen. Daarom moet er voor die mensen een goede regeling komen. Want die 1200 euro, daar red je het niet mee. Je hebt toch wel ergens tussen de 1500 en 1800 euro per maand nodig.’