GELEERDE LESSEN

actieonderzoek

GELEERDE LESSEN

rollen en samenwerking

GELEERDE LESSEN

methodologie

Wat hebben we geleerd over actieonderzoek?

Samen ontdekken wat werkt en wat beter kan, dat is het doel van actieonderzoek. Dat betekent samen zoeken en leren. Iedereen is mede-onderzoeker en deelt haar of zijn inzichten over wat prettig of minder prettig is in de samenwerking. Ook ieders ideeën over wat goed werkt op weg naar werk komen aan de orde. Zo draagt iedereen bij aan meer inzicht in de centrale concepten zoals gedeelde regie, participatie en gezond & arbeidsfit. Dat vraagt flexibiliteit en creativiteit.

De deelneemsters onderzoeken - via verschillende werkvormen met hoofd, hart en handen - hun eigen situatie. We hebben gemerkt dat het een bepaald abstractieniveau vraagt om de eigen situatie van enige afstand te beschouwen. Sommige vrouwen vinden dit nog moeilijk. Het tempo tijdens gesprekken ligt soms ook hoog. Voor deelnemers vraagt dit een behoorlijke taalvaardigheid. Tijdens de member-checks gaven deelneemsters d.m.v. een tolk aan hoe zij kijken naar de inzichten die er worden verzameld. Ook hierin blijkt hoe grote niveauverschillen tussen de deelneemsters van invloed zijn op de wijze waarop zij kunnen participeren.


De betrokken professionals onderzoeken middels creatieve werkvormen hun kijk op sensitizing concepts zoals gedeelde regie en participatie. Dit vormt dan weer input voor bijvoorbeeld ketenintervisie en aanpassingen van communicatie.


Zowel studenten als vrijwilligers hadden in eerste instantie moeite om op significante situaties uit te zoomen. Het vraagt iets om niet alleen over incidenten en gebeurtenissen te praten, maar ook de vraag te stellen: “wat leren we hiervan?”


Er waren dus niveauverschillen tussen de betrokkenen. Dat vraagt om terugkerende toelichting op wat actieonderzoek is en hoe we dit in de praktijk samen vormgeven. Het samenbrengen en analyseren van alle data gebeurt dan ook met name door de kerngroep van actieonderzoeker, trajectbegeleider en projectleider. Door middel van member checks is steeds geverifieerd of de interpretaties en duiding van de kerngroep kloppen.


We vonden het ook belangrijk om op verschillende manieren over het onderzoek en de resultaten te communiceren. Daarom hebben we gekozen voor een diversiteit aan publicaties:

  • Het digitale magazine in eenvoudige taal en doorklikpagina’s voor de diepgravers
  • Poster en flyer om deelneemsters te enthousiasmeren voor Zelfie
  • De Handreiking Zelfie voor beleidsmakers en uitvoerders in gemeenten
  • Een vakartikel over Gedeelde regie in Sozio, gericht op sociale professionals
  • Een onderzoeksrapportage voor de professionele praktijk en kenniswerkers

Rollen en samenwerking

Een voorziening als Zelfie kan alleen plaatsvinden in een context waar al een goed netwerk is van alle betrokkenen. Vaak is zo'n netwerk gaandeweg de praktijk ontstaan. Iedere gemeente geeft op een eigen manier vorm aan de uitvoering van de Participatiewet.

Omdat veel structuren en samenwerkingen in de loop van de jaren gegroeid zijn, was het voor allen verhelderend om deze eens expliciet op papier te zetten. Hieronder zijn de verschillende rollen en taken benoemd.


Naar eigen inzicht kan een gemeente bepaalde rollen in elkaar schuiven, combineren of juist splitsen. Ons pleidooi is wel om een brede blik te hebben en in te zetten op een netwerk van betrokken professionals, die de sociale kaart heel goed kennen en snel kunnen schakelen.


Ook is het werken met vrijwilligers en stagair(e)s onontbeerlijk. Het ontlast de trajectbegeleider, zeker als er meerdere talen en meerdere ondersteuningsbehoeften in de groep zijn.

UITVOERING
TAKEN
Werkconsulenten
Zorgen voor de verwijzing naar het traject
Uitleg en enthousiasmeren
Volgen, monitoren, ondersteunen
Successen vieren
Financiële consequenties van keuzes communiceren
Na-coaching bieden
 Contact met potentiële werkgevers onderhouden
Trajectbegeleider
Begeleiding van de deelneemsters
Werving en intake verantwoordelijk van de groep
Groepsbijeenkomsten vormgeven
Activeren / motiveren
Vertrouwde persoon zijn / luisterend oor
Individuele aandacht geven
Werkbezoeken / excursies regelen, voorbereiden en uitvoeren
Festivals / diplomafeesten organiseren
Creëren van een netwerk met professionals, studenten en vrijwilligers.
Rode draad door alle trajectfases bewaken
Elke deelneemster passend ondersteunen / coachen
Arbeidsfitheidsprofielen samenstellen
Rapporteren aan de werkconsulenten
Verantwoordelijk voor het organiseren van de juiste nazorg.
Signalerende rol op veiligheid
Vrijwilligers en stagiair(e)s
Praktische hulp, bijv. een minder mobiele deelneemster de trap op helpen of bij haar blijven tijdens een pauze
Het instrueren en begeleiden van subgroepjes
Iemand even apart nemen
Beluisteren welke vragen of zorgen er spelen
Werkvormen bedenken
Materialen voorbereiden en verzorgen
 Meewerken aan het doen van onderzoek
Co-facilitator/maatschappelijk werker
Activeren / motiveren
medefaciliteren van de groepsbijeenkomsten
Verbinden/doorverwijzen (sociale kaart)
Rolmodel zijn
Praktische hulp
 Arbeidsfitheidsprofielen samenstellen
Maatwerkcoaches
Eén-op-één coaching
Plan opstellen en monitoren
Contact met potentiële werkgevers
Contact met werkconsulent
Zoeken naar participatieplekken
Netwerk bouwen voor deelneemsters
Activeren / stimuleren
 Contact onderhouden met trajectbegeleider betreft de voortgang
RANDVOORWAARDEN
Werk- en ontwikkelbedrijf

Uitkering verstrekken
Locatie voor het traject bieden
Aanmelden kandidaten en intake
Verbindingen leggen met aanpalende beleidsterreinen (zoals WMO, Jeugd, inburgering)
 Accountmanager zijn voor werkgevers
Managementteam
Traject begroten
Financiële dekking verzorgen
Projectverantwoordelijkheid en coördineren

In de bovenstaande tabel staan de betrokken professionals ten tijde van het Zelfie-project en hun taken. Maar uiteraard zijn er nog veel meer betrokkenen bij de arbeidstoeleiding van de deelneemsters. Denk aan werkgevers, maar ook aan de zorgprofessionals die zij vaker wel dan niet nodig hebben, de gezinnen van de deelneemsters en de gemeenschappen waartoe zij zich rekenen. En in de projectfase hadden de deelneemsters van Zelfie dan ook nog te maken met onderzoekers en stagiaires van de hogeschool en vrijwilligers. Vanwege het succes van het betrekken van vrijwilligers worden deze ook bij de komende twee nieuwe groepen betrokken.


Allen vormen het weefwerk waarin de deelneemsters leven. Elke beweging in het weefwerk heeft invloed (Hamer, 2024). Daarom worden in Zelfie zo veel mogelijk ieders ervaring beluisterd en vormen gezocht om ervaringen direct te ‘vangen’ en te duiden en alles serieus te nemen. De conclusie is: er is geen quick fix of one-size-fits-all. Er is geen rechte lijn naar economische zelfstandigheid. Deze deelneemsters ervaren vaak kwetsbaarheid op meerdere fronten in hun leven. Per deelneemster is allereerst relationeel vertrouwen en vervolgens maatwerk nodig om in beweging te kunnen komen. En soms gaat die beweging naar betaalde arbeid.


Lees meer in de Handreiking Zelfie.

Methodologie

Het waarderend participatief actieonderzoek waaruit Zelfie tot stand is gekomen is een community-based benadering die mensen in staat stelt met elkaar complexe problemen in het dagelijks werk en leven aan te pakken. Er is via co-creatie in verschillende iteratieve ‘leerlussenoops’ in de praktijk gelijktijdig geleerd, doorontwikkeld en geïmplementeerd. Deze werkwijze zorgt voor aansluiting bij de lokale situatie en de gemeentelijke uitvoeringspraktijk, kennis over wat werkt en voor draagvlak voor ontwikkelde oplossingen. Door het iteratieve en cyclische karakter zijn onderbouwde tools, mechanismen en tips opgeleverd (zie: Handreiking Zelfie (link volgt)).

Bij aanvang van het actieonderzoek is een zogeheten CMO-model opgesteld.


De CONTEXT heeft in dit geval betrekking op de groeps- en individuele kenmerken van de deelneemsters enerzijds en de begeleidingsstijl en bejegening van de professionals anderzijds. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat dezelfde interventie anders uitpakt bij een deelneemster met 4 jonge kinderen ten opzichte van een deelneemster zonder kinderen. Ook professionals kunnen, vanuit hun verschillende rollen en organisaties, anders reageren op dezelfde informatie. Het is dus belangrijk dat deze factoren in het actieonderzoek in kaart gebracht worden. 


Het MECHANISME in dit onderzoek is de gedeelde regie. Ten opzichte van bestaande trajecten krijgen de deelneemsters veel meer ruimte om groepsgewijs en individueel te ontdekken wat hun krachten en talenten zijn (eigen regie) en professionals zijn dienstbaar en ondersteunend aan dat proces. Waar de deelneemsters méér regie krijgen, zullen de professionals juist wat regie moeten loslaten of anders inzetten. 


De OUTCOMES (effecten) van het project zijn meervoudig. De logica is dat de deelneemsters vanuit meer eigen regie gemotiveerd en in staat zijn tot meer maatschappelijke- en arbeidsparticipatie. Terwijl de professionals beter inzicht krijgen in de succes- en faalfactoren van begeleiding, en de impact van bejegening. 


Door context, mechanisme en outcome (CMO) aan elkaar te verbinden kan de vraag beantwoord worden ‘wat werkt voor wie in welke omstandigheden en waarom?’ (Pater, Sligte en Van Eck, 2012).

Wat we leerden is, dat de maatwerk-aanname van het actieonderzoek klopt. Sterker nog: er waren geen duidelijke patronen te ontdekken in de levensverhalen van de deelneemsters, het delen van regie bleek behoorlijk complex te zijn en de bejegening bleek doorslaggevend te zijn voor elke beweging van de deelneemsters richting meer participatie. Maar ook kunnen we concluderen dat een voorziening ontworpen kan worden met kaders die zulke bejegening en beweging juist mogelijk maken!