Samen ontdekken wat werkt en wat beter kan, dat is het doel van actieonderzoek. Dat betekent samen zoeken en leren. Iedereen is mede-onderzoeker en deelt haar of zijn inzichten over wat prettig of minder prettig is in de samenwerking. Ook ieders ideeën over wat goed werkt op weg naar werk komen aan de orde. Zo draagt iedereen bij aan meer inzicht in de centrale concepten zoals gedeelde regie, participatie en gezond & arbeidsfit. Dat vraagt flexibiliteit en creativiteit.
De deelneemsters onderzoeken - via verschillende werkvormen met hoofd, hart en handen - hun eigen situatie. We hebben gemerkt dat het een bepaald abstractieniveau vraagt om de eigen situatie van enige afstand te beschouwen. Sommige vrouwen vinden dit nog moeilijk. Het tempo tijdens gesprekken ligt soms ook hoog. Voor deelnemers vraagt dit een behoorlijke taalvaardigheid. Tijdens de member-checks gaven deelneemsters d.m.v. een tolk aan hoe zij kijken naar de inzichten die er worden verzameld. Ook hierin blijkt hoe grote niveauverschillen tussen de deelneemsters van invloed zijn op de wijze waarop zij kunnen participeren.
De betrokken professionals onderzoeken middels creatieve werkvormen hun kijk op sensitizing concepts zoals gedeelde regie en participatie. Dit vormt dan weer input voor bijvoorbeeld ketenintervisie en aanpassingen van communicatie.
Zowel studenten als vrijwilligers hadden in eerste instantie moeite om op significante situaties uit te zoomen. Het vraagt iets om niet alleen over incidenten en gebeurtenissen te praten, maar ook de vraag te stellen: “wat leren we hiervan?”
Er waren dus niveauverschillen tussen de betrokkenen. Dat vraagt om terugkerende toelichting op wat actieonderzoek is en hoe we dit in de praktijk samen vormgeven. Het samenbrengen en analyseren van alle data gebeurt dan ook met name door de kerngroep van actieonderzoeker, trajectbegeleider en projectleider. Door middel van member checks is steeds geverifieerd of de interpretaties en duiding van de kerngroep kloppen.
We vonden het ook belangrijk om op verschillende manieren over het onderzoek en de resultaten te communiceren. Daarom hebben we gekozen voor een diversiteit aan publicaties:
Een voorziening als Zelfie kan alleen plaatsvinden in een context waar al een goed netwerk is van alle betrokkenen. Vaak is zo'n netwerk gaandeweg de praktijk ontstaan. Iedere gemeente geeft op een eigen manier vorm aan de uitvoering van de Participatiewet.
Omdat veel structuren en samenwerkingen in de loop van de jaren gegroeid zijn, was het voor allen verhelderend om deze eens expliciet op papier te zetten. Hieronder zijn de verschillende rollen en taken benoemd.
Naar eigen inzicht kan een gemeente bepaalde rollen in elkaar schuiven, combineren of juist splitsen. Ons pleidooi is wel om een brede blik te hebben en in te zetten op een netwerk van betrokken professionals, die de sociale kaart heel goed kennen en snel kunnen schakelen.
Ook is het werken met vrijwilligers en stagair(e)s onontbeerlijk. Het ontlast de trajectbegeleider, zeker als er meerdere talen en meerdere ondersteuningsbehoeften in de groep zijn.
UITVOERING | TAKEN |
Werkconsulenten | Zorgen voor de verwijzing naar het traject Uitleg en enthousiasmeren Volgen, monitoren, ondersteunen Successen vieren Financiële consequenties van keuzes communiceren Na-coaching bieden Contact met potentiële werkgevers onderhouden |
Trajectbegeleider | Begeleiding van de deelneemsters Werving en intake verantwoordelijk van de groep Groepsbijeenkomsten vormgeven Activeren / motiveren Vertrouwde persoon zijn / luisterend oor Individuele aandacht geven Werkbezoeken / excursies regelen, voorbereiden en uitvoeren Festivals / diplomafeesten organiseren Creëren van een netwerk met professionals, studenten en vrijwilligers. Rode draad door alle trajectfases bewaken Elke deelneemster passend ondersteunen / coachen Arbeidsfitheidsprofielen samenstellen Rapporteren aan de werkconsulenten Verantwoordelijk voor het organiseren van de juiste nazorg. Signalerende rol op veiligheid |
Vrijwilligers en stagiair(e)s | Praktische hulp, bijv. een minder mobiele deelneemster de trap op helpen of bij haar blijven tijdens een pauze Het instrueren en begeleiden van subgroepjes Iemand even apart nemen Beluisteren welke vragen of zorgen er spelen Werkvormen bedenken Materialen voorbereiden en verzorgen Meewerken aan het doen van onderzoek |
Co-facilitator/maatschappelijk werker | Activeren / motiveren medefaciliteren van de groepsbijeenkomsten Verbinden/doorverwijzen (sociale kaart) Rolmodel zijn Praktische hulp Arbeidsfitheidsprofielen samenstellen |
Maatwerkcoaches | Eén-op-één coaching Plan opstellen en monitoren Contact met potentiële werkgevers Contact met werkconsulent Zoeken naar participatieplekken Netwerk bouwen voor deelneemsters Activeren / stimuleren Contact onderhouden met trajectbegeleider betreft de voortgang |
RANDVOORWAARDEN | |
Werk- en ontwikkelbedrijf | Uitkering verstrekken Locatie voor het traject bieden Aanmelden kandidaten en intake Verbindingen leggen met aanpalende beleidsterreinen (zoals WMO, Jeugd, inburgering) Accountmanager zijn voor werkgevers |
Managementteam | Traject begroten Financiële dekking verzorgen Projectverantwoordelijkheid en coördineren |
In de bovenstaande tabel staan de betrokken professionals ten tijde van het Zelfie-project en hun taken. Maar uiteraard zijn er nog veel meer betrokkenen bij de arbeidstoeleiding van de deelneemsters. Denk aan werkgevers, maar ook aan de zorgprofessionals die zij vaker wel dan niet nodig hebben, de gezinnen van de deelneemsters en de gemeenschappen waartoe zij zich rekenen. En in de projectfase hadden de deelneemsters van Zelfie dan ook nog te maken met onderzoekers en stagiaires van de hogeschool en vrijwilligers. Vanwege het succes van het betrekken van vrijwilligers worden deze ook bij de komende twee nieuwe groepen betrokken.
Allen vormen het weefwerk waarin de deelneemsters leven. Elke beweging in het weefwerk heeft invloed (Hamer, 2024). Daarom worden in Zelfie zo veel mogelijk ieders ervaring beluisterd en vormen gezocht om ervaringen direct te ‘vangen’ en te duiden en alles serieus te nemen. De conclusie is: er is geen quick fix of one-size-fits-all. Er is geen rechte lijn naar economische zelfstandigheid. Deze deelneemsters ervaren vaak kwetsbaarheid op meerdere fronten in hun leven. Per deelneemster is allereerst relationeel vertrouwen en vervolgens maatwerk nodig om in beweging te kunnen komen. En soms gaat die beweging naar betaalde arbeid.
Lees meer in de Handreiking Zelfie.
Het waarderend participatief actieonderzoek waaruit Zelfie tot stand is gekomen is een community-based benadering die mensen in staat stelt met elkaar complexe problemen in het dagelijks werk en leven aan te pakken. Er is via co-creatie in verschillende iteratieve ‘leerlussenoops’ in de praktijk gelijktijdig geleerd, doorontwikkeld en geïmplementeerd. Deze werkwijze zorgt voor aansluiting bij de lokale situatie en de gemeentelijke uitvoeringspraktijk, kennis over wat werkt en voor draagvlak voor ontwikkelde oplossingen. Door het iteratieve en cyclische karakter zijn onderbouwde tools, mechanismen en tips opgeleverd (zie: Handreiking Zelfie (link volgt)).
Bij aanvang van het actieonderzoek is een zogeheten CMO-model opgesteld.
De CONTEXT heeft in dit geval betrekking op de groeps- en individuele kenmerken van de deelneemsters enerzijds en de begeleidingsstijl en bejegening van de professionals anderzijds. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat dezelfde interventie anders uitpakt bij een deelneemster met 4 jonge kinderen ten opzichte van een deelneemster zonder kinderen. Ook professionals kunnen, vanuit hun verschillende rollen en organisaties, anders reageren op dezelfde informatie. Het is dus belangrijk dat deze factoren in het actieonderzoek in kaart gebracht worden.
Het MECHANISME in dit onderzoek is de gedeelde regie. Ten opzichte van bestaande trajecten krijgen de deelneemsters veel meer ruimte om groepsgewijs en individueel te ontdekken wat hun krachten en talenten zijn (eigen regie) en professionals zijn dienstbaar en ondersteunend aan dat proces. Waar de deelneemsters méér regie krijgen, zullen de professionals juist wat regie moeten loslaten of anders inzetten.
De OUTCOMES (effecten) van het project zijn meervoudig. De logica is dat de deelneemsters vanuit meer eigen regie gemotiveerd en in staat zijn tot meer maatschappelijke- en arbeidsparticipatie. Terwijl de professionals beter inzicht krijgen in de succes- en faalfactoren van begeleiding, en de impact van bejegening.
Door context, mechanisme en outcome (CMO) aan elkaar te verbinden kan de vraag beantwoord worden ‘wat werkt voor wie in welke omstandigheden en waarom?’ (Pater, Sligte en Van Eck, 2012).
Wat we leerden is, dat de maatwerk-aanname van het actieonderzoek klopt. Sterker nog: er waren geen duidelijke patronen te ontdekken in de levensverhalen van de deelneemsters, het delen van regie bleek behoorlijk complex te zijn en de bejegening bleek doorslaggevend te zijn voor elke beweging van de deelneemsters richting meer participatie. Maar ook kunnen we concluderen dat een voorziening ontworpen kan worden met kaders die zulke bejegening en beweging juist mogelijk maken!