Het meertalige kinderbrein werkt soms efficiënter. Daar is psycholinguïst Greg Poarch van overtuigd; het blijkt ook uit zijn onderzoek. In antwoorden op zeven vragen deelt hij zijn eigen ervaringen en wetenschappelijke bevindingen.
Greg Poarch is psycholinguïst. Psycholinguïstiek is het wetenschapsgebied dat zich bezighoudt met de cognitieve processen die ten grondslag liggen aan taalgedrag. Sinds 2003 doet hij onderzoek en geeft hij les op verschillende universiteiten, sinds 2020 aan de Rijksuniversiteit Groningen. De focus van zijn onderzoek ligt op crosslanguage interactions bij meertalige kinderen in verschillende leeftijdsgroepen en de manier waarop zij een taal leren en gebruiken tijdens de hele levensduur.
Wat is meertaligheid volgens jou?
“Interessant is dat meningen hierover uiteenlopen. Sommige mensen vinden dat je meteen vanaf de geboorte met meerdere talen moet opgroeien. Persoonlijk denk ik dat dat niet nodig is. Er zijn veel mensen die op latere leeftijd een nieuwe taal leren en die vloeiend gaan beheersen. Ik vind dat je niet kan zeggen dat zij ‘anders’ of ‘minder meertalig’ zijn dan mensen die vanaf hun geboorte opgroeien met verschillende talen.
Het is aan jezelf om te beslissen of je jezelf meertalig noemt, niet aan anderen. Ik beschouw mezelf als drietalig. Mijn vader is Amerikaan, mijn moeder is Duitse; ik groeide op met Duits en Engels. Nederlands leerde ik pas rond mijn twintigste, omdat ik Nederlandse vrienden had en regelmatig in Nederland kwam. Mijn vrouw is ook Nederlandse. Zelf had ik eerder nooit in Nederland gewoond, maar ik beheers de taal goed. Het niveau is niet gelijk aan dat van Duits of Engels, maar dat hoeft ook niet. Als je elkaar maar begrijpt.”
Moet je als je meertalig bent alle talen even goed beheersen?
“Nee hoor. Het hangt meer af van hoe vaak je de talen gebruikt en wanneer je ertussen wisselt, dan van je taalvaardigheid. Daar staat natuurlijk tegenover: als je een taal niet goed kent en je hebt hem zelden nodig, zal je hem waarschijnlijk niet vaak gebruiken.
Zelf heb ik het altijd interessant gevonden om twee talen 'tot mijn beschikking te hebben'. Rond mijn zestiende sprak ik een tijd weinig Engels en merkte dat mijn vaardigheid achteruitging. Dit bevestigde voor mij het gezegde: ‘if you don't use it, you lose it’. Als je een taal niet gebruikt, worden de synapsen - hersenverbindingen - die nodig zijn voor woordkeuze en zinsopbouw minder actief. Dit maakt het cognitief veeleisender om tussen talen te wisselen. Je taalvaardigheid lijdt er ook onder.”
Waarom ben je onderzoek gaan doen naar meertaligheid?
"Onze hersenen sturen en verwerken alles wat we doen, inclusief taal. Als meertalige gebruik ik dagelijks verschillende talen voor diverse doeleinden, wat cognitief veeleisend is. Mijn interesse in hoe meertaligheid cognitieve processen beïnvloedt, groeide door mijn eigen ervaringen. Maar ook door mijn zoon, die met drie talen is opgegroeid. Nederlands van zijn Nederlandse moeder, Engels van mij en Duits van de omgeving. De impact van meertaligheid fascineert mij, vooral als ik zie hoe mijn zoon soms worstelt met uitdrukkingen die hij nog nooit in een bepaalde taal heeft gehoord."
Uit jouw PhD-onderzoek bleek dat meertaligheid effect heeft op méér cognitieve vaardigheden dan alleen taalverwerking. Hoe zit dat?
“In de experimentele psychologie testen we de zogenoemde executieve functies. Een daarvan is inhibitie: de mate waarin je gedrag kunt uitstellen, afremmen of stoppen dat niets te maken heeft met wat je echt aan het doen bent. Ofwel: omgaan met cognitieve conflicten. Bijvoorbeeld: drink ik water, koffie, bier of whisky? Dat is een bewust cognitief conflict. Je kunt hierover nadenken. Maar voor bepaalde dingen in het leven heb je geen tijd om na te denken, die moeten automatisch gaan. Beslissen of en wanneer je een drukke straat oversteekt, bijvoorbeeld. Daar spelen deze experimenten op in. De afgelopen twintig jaar ontdekten we dat twee- en drietalige kinderen dit soort taken vaak beter doen dan eentalige kinderen. Dat zijn systematische verschillen die ik blijf vinden. Zelfs als ik er niet specifiek naar zoek, in verschillende omgevingen en contexten.”
Wat voor invloed heeft meertaligheid op de hersenen?
“We beschouwen meertaligheid en het dagelijks gebruik van meerdere talen als een vorm van cognitieve training. Wanneer je één taal gebruikt, zijn de andere talen ook actief in je brein. Er is geen knop om een taal tijdelijk uit te zetten. Bij meertaligheid moet je als je één taal gebruikt actief andere talen onderdrukken, wat cognitief veeleisend is. Deze constante activiteit traint specifieke hersengebieden die niet alleen taalverwerking maar ook andere processen beïnvloeden, er vindt overdracht plaats tussen verschillende hersengebieden. En als hersengebieden sterker worden, gaan bepaalde cognitieve functies beter.”
Hoe kunnen meertaligen hun meertaligheid in hun voordeel gebruiken?
“Daar is nog wel wat winst te behalen! Meertaligheid is positief, maar het wordt niet altijd zo gezien. Vooral als het gaat om sprekers van een zogenoemde ‘heritage language’ (erfgoedtaal), denk aan kinderen van tweede of derde generatie migranten die bijvoorbeeld Turks, Arabisch of Pools spreken. Als ik naar mezelf kijk in de Duitse context: Engels is een ‘goede’ tweede taal. Engels wordt gezien als een ‘prestigetaal’. Ook Frans is prima, Spaans is oké, Italiaans kan nog net. Maar Turks of Arabisch zouden ‘niet goed’ zijn? Ik vind dat totale onzin, elke taal is waardevol. Maar als je in je omgeving hoort of voelt dat je talen niet goed genoeg zijn, is dat emotioneel slopend. Europese landen zouden positiever mogen zijn over niet-Westerse (erfgoed)talen. Kinderen krijgen deze talen van thuis uit mee, dat is iets wat ze moeten koesteren. Hopelijk kunnen ze het gebruiken om te communiceren met familie en vrienden. Én dus ook om de cognitieve processen te verbeteren.”
Hoe zou het onderwijs hiermee om kunnen gaan?
“Sommige van mijn collega's passen een translanguaging-benadering toe in het (taal)onderwijs, waarbij leerlingen hun eigen taal mogen gebruiken in de klas. Ik zie hier wel de voordelen van in, bijvoorbeeld bij het leren van een derde taal zoals Engels. Hun eerste taal is dan bijvoorbeeld Arabisch of Pools en Nederlands de tweede, of andersom. Dit moet je als docent of school wel goed reguleren. Een mogelijkheid is om duidelijke regels te stellen over wanneer welke taal gebruikt mag worden, bijvoorbeeld 20 minuten van een taalles.
Ook moeten leraren de juiste informatie en/of ondersteuning krijgen. Zij hebben misschien wel vijf of meer kinderen in de klas, met verschillende (erfgoed)talen die zij zelf waarschijnlijk niet kennen. Hoe pak je dan zo’n les aan? Dat kan superstressvol zijn. Zij moeten handvatten krijgen om kinderen te helpen putten uit hun volledige taalrepertoire, op een positieve manier. Als kinderen strategieën kennen om één taal te begrijpen, kunnen ze die vaak ook toepassen om andere talen te begrijpen. Vanuit een metalinguïstisch perspectief zie je dan verschillen en overeenkomsten tussen talen.”
Deel dit artikel: