‘Kapot goed…’, zou m’n dochter zeggen. En dan is het belangrijk om te weten dat ze met ‘kapot goed’ bedoelt wat mijn generatie met ‘gaaf’ en de generatie daarvoor met ‘mieters’ zou zeggen. Enfin, ik heb het over de omgevingsvisie. Een instrument dat iets in beweging zet dat ik vijf jaar geleden niet voor mogelijk had durven houden.
Bij de omgevingsvisie denk ik vaak terug aan premier Rutte. Die zei ooit dat een visie een olifant is die het uitzicht belemmert. Niet verwonderlijk dat de VVD destijds weinig heil zag om de omgevingsvisie voor gemeenten te verplichten. Uiteindelijk kwam die verplichting er wel. Gelukkig maar: het lijkt er steeds meer op dat die omgevingsvisie ervoor zorgt dat gemeenten op een heel andere manier naar onze leefomgeving gaan kijken.
Toekomst van de leefomgeving
Ik raak namelijk ontzettend enthousiast van de gesprekken over de omgevingsvisie die ik opvang in het bestuurlijke circuit. Vooral als het gaat over de invulling van thema’s als gezondheid, leefbaarheid en veiligheid. Thema’s die dankzij de omgevingsvisie ook écht een plek krijgen bij de inrichting van onze leefomgeving. Hiermee wordt de vertrouwde ruimtelijke bril ingeruild voor een varifocaal exemplaar.
Energielandschappen
Neem de Limburgse gemeente Bergen. Die werkt aan de komst van een duurzaam energielandschap dat in alle energie van de gemeente gaat voorzien en bijdraagt aan nieuwe vormen van lokaal en duurzaam ondernemerschap. Vanuit de visie om een energieneutrale gemeente te worden, krijgt dit initiatief op alle bestuurlijke niveaus de wind mee om te slagen. Het wordt écht iets van Bergen…
Kleur op de wangen
Maar ik denk net zo goed aan de gemeenten die in hun omgevingsvisie hebben vastgelegd dat ze voor een gezonde woonomgeving gaan. En die daarom de strengere WHO in plaats van de Europese luchtkwaliteitsnormeringen mee laten wegen in de keuze om ergens wél of juist niet te bouwen. En dit geeft gemeenten kleur op de wangen. Of zoals een wethouder het tegen mij zei: ‘met die visie kun je als gemeente laten zien waarvan je bent.’
Blije planologen
En wat te denken van de planologen? Die zie ik dankzij de omgevingsvisie het plezier in hun werk terugvinden. Waar hun werk jarenlang bestond uit het toepassen van regels, zijn ze dankzij de visie meer met de grote inrichtingsvraagstukken voor de lange termijn bezig. En dat is toch waar je planoloog voor bent geworden.
Natuurlijk, eerst zien en dan de balans opmaken. Maar er gebeurt wel degelijk iets. Wat mij betreft onderstreept dit dat deze visie geen olifant is die het uitzicht op de omgeving belemmert. Integendeel. Die visie helpt om naar de toekomst te kijken, je open te stellen voor veranderingen en toekomstbewuste keuzes te maken.
En dat is wat mij betreft zo ‘kapot goed’ aan die omgevingsvisie.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Suspendisse varius enim in eros elementum tristique. Duis cursus, mi quis viverra ornare, eros dolor interdum nulla, ut commodo diam libero vitae erat. Aenean faucibus nibh et justo cursus id rutrum lorem imperdiet. Nunc ut sem vitae risus tristique posuere.